Skip naar de inhoud
een vrouw op straat met een brief van de overheid in haar hand.

Veelgestelde vragen over orgaandonatie

Als je orgaandonor bent, doneer je na je overlijden een orgaan aan een zieke patiënt die dit nodig heeft. Hier krijg je antwoord op veelgestelde vragen over orgaandonatie.

Welke organen kun je doneren?

Na je overlijden kun je deze organen doneren: hart, longen, lever, nieren, alvleesklier en dunne darm. Tijdens je leven kun je één van je twee nieren doneren en een stukje van je lever afstaan om iemand anders te helpen.

Kan iedereen orgaandonor zijn?

Niet iedereen kan na overlijden organen doneren. Een arts bekijkt bij iemands overlijden of de organen geschikt zijn voor donatie. Dat hangt bijvoorbeeld af van de leeftijd en gezondheid van iemand die wil doneren. Ook moet een orgaandonor altijd in het ziekenhuis aan de beademing overlijden. Of iemand kan doneren kan pas na het overlijden bepaald worden.

Kun je nog organen doneren als je ongezond leeft?

Ja, ook als je ongezond leeft kun je soms nog organen doneren. Als er niet op tijd een donororgaan komt voor iemand op de wachtlijst, gaat die patiënt dood. Dan kunnen bijvoorbeeld longen van een roker nog beter zijn dan de eigen zieke longen. En de lever van iemand die alcohol dronk, kan soms toch een leverpatiënt helpen. Een arts onderzoekt vooraf of de organen en weefsels nog geschikt zijn voor transplantatie.

Doen artsen nog wel hun best voor mij als ik donor ben?

Ja! Een arts doet er altijd alles aan om het leven van de patiënt te redden. Ze laten nooit iemand doodgaan om iemand anders in leven te houden. Pas als iemand echt niet meer beter kan worden en het overlijden verwacht wordt, bespreekt de arts orgaandonatie met de naasten. In Nederland is de arts die het overlijden vaststelt ook helemaal niet betrokken bij een eventuele transplantatie.

Kan ik donor zijn als ik een ziekte heb?

Ja, je kan orgaan- en weefseldonor zijn als je een ziekte hebt. Je ziekte kan wel invloed hebben op welke organen en weefsels je kan doneren. Een arts onderzoekt altijd wat er mogelijk is.

Tot welke leeftijd kan ik doneren?

Leeftijd is in principe niet zo belangrijk bij donatie. Het gaat erom of je orgaan of weefsel nog goed is. Een arts zal voor de donatie altijd onderzoeken of de organen en weefsels nog gezond genoeg zijn.

Wat is de kans dat ik donor kan zijn?

Niet iedereen die met toestemming voor donatie in het Donorregister staat, wordt ook donor. De kans dat iemand na overlijden kan doneren is namelijk niet zo groot. Er is maar een kans van 1 op 200 dat iemand die met toestemming in het Donorregister staat, na overlijden orgaandonor wordt. Dat orgaandonatie niet vaak voorkomt, heeft verschillende oorzaken. Een orgaandonor moet altijd op een intensive care (IC) van een ziekenhuis overlijden, en beademd worden door een machine. En de organen moeten nog geschikt zijn om te transplanteren.

Hoe weet ik of ik geschikt ben om te doneren?

Iedereen kan een keuze doorgeven in het Donorregister, ook als je bijvoorbeeld een ziekte hebt of ongezond leeft. Of iemand organen en weefsels kan doneren, hangt af van veel verschillende dingen. Bijvoorbeeld je gezondheid, leeftijd en hoe iemand overleden is. Of je wel of niet geschikt bent, kunnen artsen daarom pas bij het overlijden bepalen. 

Kan ik donor zijn als ik homo ben?

Ja, dat kan. Iedereen kan een keuze invullen in het Donorregister. Je seksuele geaardheid maakt geen verschil. Of iemand organen kan doneren, kan pas na het overlijden bepaald worden. Dan wordt gekeken of de organen geschikt zijn voor transplantatie.

Ben je wel dood als je donor bent?

Ja. Organen en weefsels worden pas uitgenomen als artsen 100% zeker zijn dat iemand is overleden. Het vaststellen van de dood gebeurt volgens strenge regels en door meerdere artsen. Lees hier meer over hoe orgaandonatie gaat of bekijk een video waarin we uitleggen hoe hersendood werkt.

 

Waarom kan orgaandonatie alleen als iemand in het ziekenhuis overlijdt?

Orgaandonatie kan alleen als iemand in het ziekenhuis op de intensive care aan een beademingsapparaat ligt en overlijdt. Dit komt omdat de organen bloed met zuurstof nodig hebben om goed te blijven voor transplantatie. In het ziekenhuis kan iemand die overleden is door een machine beademd worden. Hierdoor blijft er genoeg zuurstofrijk bloed naar de organen gaan.

Bij donatie nadat het hart en de bloedsomloop zijn gestopt (DCD-donatie) kan orgaandonatie alleen als de donor meteen na overlijden naar de operatiekamer gaat. Als iemand buiten het ziekenhuis overlijdt, is dat niet mogelijk en zijn de organen niet meer geschikt voor transplantatie.

Kunnen mijn familie en naasten afscheid nemen als ik donor ben?

Ja, er is altijd tijd om afscheid te nemen. Vóór en na de donoroperatie kunnen familie en naasten bij de donor zijn. Na de donatieprocedure bepaalt de familie zelf wat er gebeurt. Bijvoorbeeld waar iemand opgebaard wordt en wanneer de uitvaart plaatsvindt.

Heb je andere vragen over orgaandonatie?

Met vragen over orgaan- en weefseldonatie of je keuze in het Donorregister kun je ons gratis bellen of mailen.

De Donorinformatielijn is bereikbaar op werkdagen van 08:30 tot 19:00 uur

Veelgestelde vragen over orgaandonatie - NTS